Je hoort mensen vaak zeggen: ja, ik geloof dat ik heilig ben. Alleen in de gedachten nog niet, maar ja de gedachten kan ik ook moeilijk controleren. Met andere woorden: ik kan er niets aan doen. Maar wat zegt de Bijbel hierover? Het interessante is dat de volgorde van de Bijbel precies omgekeerd is aan wat mensen vaak geloven en beleven:
‘Blinde Farizeeër, reinig eerst de binnenkant van de drinkbeker en de schotel zodat ook de buitenkant daarvan rein wordt.’  (Matt 23:26)
We zien dit aan de woorden van Jezus: ‘eerst de binnenkant’. Eerst van binnenuit en daarna de buitenkant en niet andersom. Sterker nog: juist de binnenkant telt bij God en het gaat eigenlijk helemaal niet om de buitenkant! We zien dat heel duidelijk bij de zalving van David in het eerste boek van Samuel. Dat was dus al zo in het Oude Testament.

Vrijheid begint juist in de gedachten

Hoe zit dit eigenlijk? Ieder mens heeft een dialoog in zichzelf. Je kunt met jezelf ‘praten’ of met jezelf overleggen. Dat gebeurt in kleinere zaken maar ook in de grotere. Een mens overlegt voortdurend met zichzelf in de gedachten. In de Bijbel staat het zelfs zo verwoord:
‘Zij tonen aan dat het werk van de wet geschreven is in hun harten. Daar getuigt ook hun geweten van, en hun gedachten onderling beschuldigen of verontschuldigen elkaar.’ (Rom 2:15)
Deze dialoog is tussen de gedachten. In deze dialoog kan een mens zichzelf niet controleren. Daardoor is er onreinheid en zo komen er onreine of slechte gedachten. Wellicht kan iemand met discipline of vasten zichzelf tijdelijk controleren en zo iemand voelt zich dan eventjes ‘heilig’. Maar uiteindelijk vervalt hij toch weer terug hierin en vaak legt een mens zich erbij neer en denkt: alles gaat goed met mij, alleen heb ik nog verkeerde gedachten.

Maar de Bijbel maakt duidelijk dat echte vrijheid en reinheid juist van binnenuit begint – juist in de gedachten en niet andersom. Sterker nog, als iemand in de gedachten niet heilig is, maar aan de buitenkant wel heel ‘heilig overkomt’ dan is dat huichelarij! Dat is precies waartegen de Here Jezus preekte toen hij de Farizeeën aansprak en zo is het met de meeste christenen nog steeds vandaag de dag. Hun leven ziet er heel goed uit, ze doen veel goede dingen en praten over mooie teksten en posten mooie teksten op Facebook. Van de buitenkant een voorbeeld christen. Maar van binnen zijn de gedachten onrein. Dat is dus huichelarij. Een huichelaar zal het Koninkrijk van God niet beërven. (Matt 24:51)

Als de gedachten onrein zijn, ben je helemaal onrein.

Wat is de bron van deze onreinheid?  De bron van de onreinheid is het onreine geweten – het onreine geweten produceert onreine gedachten. Door het onreine geweten ontstaat deze dialoog en ontstaat er schuld. Het geweten is een getuige zoals we net al zagen. Het geweten getuigt van iemands onreine geestelijke toestand.

Hoe kan het geweten veranderen? Hoe kun je een rein en zuiver geweten ontvangen? Er is maar één route: je moet de smalle poort door en opnieuw geboren worden. Iemand die de smalle poort doorgaat sterft op Golgotha voor aardse wijsheid en wordt arm van geest. Geen verleden, geen kennis maar alleen het volgende: ‘want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd.’ Zo iemand is arm van geest. Arm van geest zijn is een toestand van geen verleden hebben, jezelf als niets meer dan wat stof te zien, zelf niets weten maar totaal afhankelijk te zijn van Gods wijsheid.

Er is maar één route

‘Als iemand achter Mij aan wil komen moet hij zichzelf verloochenen (je eigen kennis, je eigen wil, datgene waarop je altijd hebt vertrouwd loslaten), zijn kruis opnemen (dit spreekt over het sterven met Christus) en Mij volgen. Want wie zijn leven zal willen behouden die zal het verliezen, maar wie zijn leven zal verliezen om Mij die zal het vinden.’ ’Ik ben met Christus gekruisigd, en niet meer ik leef maar Christus leeft in mij.’ (Matt 16: 24, 25, Gal 2:20)

Mijn geweten is rein. Mijn geweten getuigt van de dood van Christus en mijn dood met Hem op Golgotha, Hij leeft nu in mij. Mijn geweten getuigt niet van zonde of van schuld als ik iets doe wat van de buitenkant er niet goed uitziet. Ik ben namelijk ook gestorven voor de wet. Daardoor heb ik deze dialoog ook niet van binnen die beschuldigd of juist aanzet tot wettisch handelen of denken. Ik heb daarom vrede. Deze vrede geeft de vrijheid die Christus heeft gebracht en daarna kan pas de buitenkant rein worden.

Maar wat is dan de strijd van het geloof? De strijd gaat er niet om wat ik wel of niet doe. Dat heeft namelijk met de wet en de buitenkant te maken. De strijd is altijd om Woord van de Waarheid. Een afwijking in de leer leidt tot de dood. Alleen zij die in de leer van Christus blijven worden gered:
2 Joh 9: Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet; wie in de leer van Christus blijft die heeft zowel de Vader als de Zoon.
Er zijn veel subtiele onwaarheden in deze (religieuze) wereld die af willen brengen van eenvoud die er in Christus is. Het is dus een kwestie van leven en dood om je niet af te laten brengen van de waarheid.

2 Kor 1: 12 ‘Want dit is onze roem: het getuigenis van ons geweten dat wij ons in eenvoud en oprechtheid voor God, niet in vleselijke wijsheid, maar in genade van God gedragen hebben, in de wereld en in het bijzonder ten opzichte van u.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *