“De Heere nu is de Geest; en waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid”. (2 Kor.3:17)

Ik wil graag nog een keer wat gedachten delen over vrijheid.

Omdat ik een gezinsleven heb, weet ik maar als te goed dat er regels moeten zijn waar kinderen zich aan dienen te houden. Als je kinderen zo vrij laat, dat je geen enkele regel oplegt, hebben je kinderen wel vrijheid, maar iedereen weet dat het tegelijkertijd een zootje wordt zonder regels. Het is goed voor de kinderen als er regels zijn, ze hebben ze nodig.

Zijn de tien geboden op die manier voor Gods kinderen bedoeld als leefregels? Wordt het zonder de wet een zootje bij christenen? We weten bijvoorbeeld dat bij een land zonder wet, het één grote chaos wordt in het land. De wet is dus goed voor het leven op aarde.

“Maar wij weten dat de wet goed is, als men die wettig gebruikt, en als men dit weet: dat de wet niet bestemd is voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en voor opstandigen, goddelozen en zondaars, onheiligen en onreinen, voor hen die vader of moeder vermoorden, voor de doodslagers, voor ontuchtplegers, voor mannen die met mannen slapen, voor mensenhandelaar, leugenaars, meinedigen en als er iets anders tegen de gezonde leer is, overeenkomstig het Evangelie van de heerlijkheid van de zalige God, dat mij toevertrouwd is.” (1Tim.1:8)

Paulus zegt hier dat de wet niet bedoeld is voor de rechtvaardigen, maar voor degenen die in zonde leven. Bij de zondeval had de wet van zonde en dood plaats genomen in de mens, met als gevolg dat de mens niet meer vrij was. Hij werd een slaaf van de zonde en werd voortaan door zonde gedreven.

Aan het volk Israel, dat God uitgekozen had, gaf de Heere God de wet. Zo kregen de mensen de mogelijkheid, door zich met inspanning van de ziel aan de wet te houden, om niet toe te geven aan de zonde waardoor ze gedreven werden. God vroeg gehoorzaamheid van zijn volk: het houden aan Zijn geboden. Omdat het de mensen niet lukte om zich aan alle geboden te houden, stelde God de offerdienst in om het volk te heiligen. Er moest steeds weer opnieuw geofferd worden om vergeving van zonden te ontvangen. De mens was vleselijk en viel daardoor steeds weer opnieuw in zonden.

Hoe is dat nu, in de tijd nadat Jezus is opgestaan uit de dood en de Heilige Geest is uitgestort? De mensen die nog gedreven worden door de zonde, die de wet van zonde en dood nog in zich hebben, die hebben de wet nog altijd nodig. Want de wet zorgt ervoor dat het nog leefbaar hier op aarde is, dat mensen zichzelf in toom kunnen houden. Door zich aan de wet te houden, kunnen ze netjes leven en zelfs heel vriendelijk en behulpzaam zijn.

Je ziet het in de tijd van Noach dat er nog geen wet was waar men zich aan hield: het werd zelfs zo slecht in de wereld dat het God berouwde dat Hij de mensen gemaakt had. Maar toen de wet kwam, werd er als het ware een meetlat geplaatst: als je je aan de wet houdt ben je rechtvaardig. Door de wet kon men weten dat men gefaald had, als hij zich niet aan een gebod had gehouden, en dus niet rechtvaardig voor God kon zijn.

Daar spreekt Romeinen 7 ook over: de wet heeft ertoe geleid dat je weet dat je niet rechtvaardig en heilig bent voor God, want je kunt je niet aan de wet houden. De vleselijke mens kan dat niet, en dat geeft ook de innerlijke strijd waar Paulus het over heeft verderop in dat hoofdstuk.

Nu aan het begin van Romeinen 7: de wet heerst zolang hij leeft. Paulus neemt het voorbeeld van een huwelijk. Door getrouwd te zijn, is een vrouw door de wet verbonden aan haar man, zolang de man leeft. Als de man niet meer leeft, is de vrouw vrij. Vrij van de wet die haar aan haar man bond. Zo is het ook geestelijk: Wij waren getrouwd met de oude zondige mens. Zolang die oude mens nog leeft, zijn we niet vrij, maar gebonden aan die oude mens. Het enige wat nodig is om vrij te worden en om met een ander te trouwen, (om af te komen van de oude mens), is dat de oude mens dood gaat. We weten dat Jezus de oude mens heeft gekruisigd, die is dus dood gegaan! Als we in geloof aannemen dat in Christus onze oude zondige mens is gestorven, dan zijn we vrij van de oude mens. Dan zijn we vrij om met een ander te trouwen. Die Ander is Jezus Christus zelf, die uit de dood is opgewekt.

We zijn dan ontslagen van de wet, want waar is de wet dan nog voor nodig? Alleen de oude mens heeft de wet nodig toch? Christus heeft de wet niet nodig, Hij is toch volmaakt? Als je in Christus bent, wordt je gedreven door de geest van Christus, en niet door de zonde.

“Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood” (Rom.8:2).

In een ander koninkrijk geldt een andere wet

Er geldt dus een andere wet voor degenen die in Christus leven. In een ander koninkrijk geldt een andere wet. In Gods koninkrijk geldt de wet van de Geest. Het is een wet van vrijheid! Het is niet de vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees, maar het is leven naar de Geest, dat vrucht geeft tot heiliging (Gal.5:13;Rom6:22).

“Hij echter die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, omdat hij niet een vergeetachtig hoorder geworden is, maar een dader van het werk, zalig zijn in wat hij doet.”(Jacobus 1:25)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *